Erik van der Meer

15 jaar Fabrique & SKM

‘Het consent versterkt je onderlinge band’

Ontwerp- en designbureau Fabrique werkt 15 jaar met sociocratie, en de methode is er still going strong. Erik van der Meer was erbij vanaf het begin. Nu is hij een van de directeuren. Zijn kijk op sociocratie in vijf hoofdstukjes. ‘Hoe harder je bezwaar schuurt, hoe belangrijker het is dat je het zegt.’

Fabrique is een toonaangevend bureau voor strategisch design, zowel online als offline. Het Rijks- en Van Gogh Museum, vervoerssite 9292, Hema: het is slechts een kleine greep uit het portfolio van het bedrijf. Regelmatig vallen hun ontwerpen voor onder meer sites en apps internationaal in de prijzen. De circa honderd ontwerpers, strategen en programmeurs werken in studio’s in Delft, Rotterdam en Amsterdam.

In 2004 naderde Fabrique de zestig medewerkers. Toen rees de vraag: gaan we een ondernemingsraad (OR) nemen? Die zou het meedenken, toen al sterk aanwezig in de cultuur van het bedrijf, inperken (een OR mag niet over alle onderwerpen adviseren). Sociocratie paste beter, en de methode werd ingevoerd.

Erik van der Meer was net een week in dienst, als project manager, toen hij aanschoof bij een van de eerste kringvergaderingen. Ook later, toen hij studiomanager was (voor Delft en Rotterdam), bleef hij eraan deelnemen. En nog weer later, toen hij werkte als rechterhand van de directie – gaandeweg werden die kringvergaderingen wel minder vaak georganiseerd. Sinds begin 2016 is Van der Meer zelf een van de directeuren.

Van der Meer heeft dus best wel ervaring met sociocratie, als medewerker én als leidinggevende. Hij is óók gepokt en gemazeld in agile werken, én in de kruisbestuiving tussen agile en sociocratie. Op basis van 15 jaar praktijkervaring deelt hij een aantal inzichten.

1. Met het consent kun je knopen doorhakken

‘Creatieve mensen kunnen nogal blijven zoeken naar steeds betere oplossingen. “Maar we kunnen óók…” zeggen ze dan, en dan komt er weer een idee. Heel leuk, maar het risico is dat je steeds maar niet besluit. Daarom ben ik een voorstander van het consent: je komt tot beslissingen, door de heldere structuur van het proces dat je daarvoor volgt. Dat is voor ons heel waardevol.

In het begin hadden we nog wel discussies over wat precies een overwegend bezwaar is. Dat leidde tot cirkelredenaties, die discussie hebben we gelaten voor wat hij is. Inmiddels besluiten we ook buiten de context van sociocratie op deze manier. Het is zo verweven in onze manier van werken, we noemen het vaak niet eens meer ‘sociocratisch’.’

2. Sociocratie en agile zijn twee handen op één buik

‘Agile en sociocratie gaan allebei uit van het experimentele, op basis van een hunch je probeert iets uit en stuurt bij als het nodig is. Allebei hebben ook het belang van het team hoog in het vaandel staan. Met agile ben je als team verantwoordelijk voor het proces, en daar haakt sociocratie bij aan met het consent. Wij gebruiken binnen agile, dan scrum dan knip je een project op in blokken van een aantal weken. De opdrachtgever en het team beslissen samen over wat er steeds opgeleverd moet worden. Dat gaat op basis van gelijkwaardigheid, niemand kan zijn wil opleggen. Onhaalbare eisen zijn er dus niet meer bij. Het is trouwens belangrijk dat de opdrachtgever ook echt een mandaaáát heeft om ergens over te beslissen! Anders komen ze samen ook niet verder.’

3. Sociocratie is een balanceeract

‘Waar mag ik nou over meebeslissen? Met die vraag waren we vooral bezig toen we net met sociocratie werkten. Want je denkt al gauw dat je met sociocratie over alles mag meepraten. Dat is dus niet zo. Het mandaat van je kring bepaalt waarover je meebeslist. Het duurde even eer dat duidelijk was.

Die vraag waar je over meebeslist, blijft bij ons overigens actueel. Er komen steeds nieuwe mensen binnen. Ze denken: als ik dit niet wil, dan gebeurt het toch niet? Of vanuit hun betrokkenheid doen ze jouw werk nog eens dunnetjes over. Bij wijze van spreken bekijken ze de begroting, waar ik wéken werk in heb zitten, en zeggen dan: kunnen we niet ook opnemen dat we allemaal nieuwe bureaus krijgen? Dan denk ik: ja tuurlijk joh, ik wou dat het zo makkelijk was!

Dat is mijn ongeduldige kant. Het voelt daardoor soms alsof ik moet balanceren: een betrokken medewerker uitleggen dat ik niet stante pede iets met zijn suggestie ga doen, zonder hem het gevoel te geven dat hij monddood gemaakt wordt, of dat het hier een bureaucratische toestand is.’

4. Bijles is zo gek nog niet

‘Nieuwe mensen bij Fabrique gaan gewoon meedoen in de kringvergaderingen. Op intranet kunnen ze nalezen hoe we het gebruiken. Maar zo verwatert kennis toch een beetje, merk ik.

Helemaal in het begin heeft het hele bedrijf, in alle vestigingen, natuurlijk wel scholing gehad. Bij alle vergaderingen zat er iemand van het Sociocratisch Centrum bij, om ons te leren hoe je rondes houdt en wat je doet bij overwegend bezwaar. Later hadden we eens in de zoveel tijd een klasje voor nieuwelingen, dat doen we niet meer.

Misschien kunnen we meer uit sociocratie halen. In de bedrijfskring wil ik de afgevaardigden graag meer horen. En ik wil nieuwelingen graag beter wegwijs maken in de methode. Dan begrijpen ze beter waarom hun feedback niet altijd meteen wordt opgepakt.’

5. Sociocratie vraagt veel van je, maar je krijgt er veel voor terug

Ook het consent is soms lastig. Je zit met tien man aan tafel, en negen hebben al consent gegeven. Jij bent het er eigenlijk helemaal niet mee eens. Zeg dat dan maar eens… Dat is niet makkelijk, heb ik ondervonden.

We stonden een keer op het punt om iemand aan te nemen van buiten de organisatie, op een nieuw gecreëerde positie. Diegene zou vanaf dag één een positie krijgen met zeer veel invloed en bijbehorende arbeidsvoorwaarden. De andere beslissers stapten daar makkelijk overheen. Maar ik vond die voorwaarden niet terecht. We waren als het ware nog in de dating-fase met die persoon, waarom zouden we dan meteen full commitment geven? Konden we niet eerst kijken hoe de samenwerking ging bevallen?

Ik heb maar ronduit toegegeven dat ik het moeilijk vond om te zeggen, maar dat ik toch geen consent kon geven. Er kwam geen strijd van, de anderen vonden het een zinnige opmerking en het voorstel werd aangepast.

Ik kan je vertellen: zo’n consent-proces doet veel voor de onderlinge band in je kring, voor het onderlinge begrip. Er is een moeilijkheid en je vindt er samen een oplossing voor, dat voelt heel goed. Een collega van me zei altijd: we staan geen van allen ’s ochtends op om elkaar dwars te zitten. Zo is het. Het consent bestrijdt onverschilligheid. Hoe harder je bezwaar schuurt, hoe belangrijker het is dat je het zegt.’

Wil jij ook de onderste steen boven krijgen bij belangrijke besluiten? Bel of mail Pieter van der Meché. 06-53382649, pvandermeche@sociocratie.nl.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen

Klik hier om uw eigen tekst toe te voegen